Horlogegeschiedenis

Cornelis Drebbel 2

De eerste Diving Dutchman

Cornelis Drebbel was een verbijsterend knappe uitvinder die met verschillende zaken zijn tijd ver vooruit was. De duikboot, perpetuum mobile, en zuurstof ( ! ) bedacht en bouwde of maakte hij lang voor de tijd dat ze enigszins aannemelijk werden.


Alkmaar en Haarlem
Hij werd in 1572 geboren in Alkmaar, in een gegoede familie van landeigenaren. Drebbel’s opleiding was elementair, pas later in zijn leven leerde hij Latijn, maar hij leerde een heleboel van Hendrick Goltzius, een graveur en scheikundige/alchemist. Drebbel trok als assistent in bij Goltzius in Haarlem en trouwde later een jongere zus van Goltzius. In 1598 ontving Drebbel een patent voor een pomp en een klok met ‘perpetual motion’. De nu legendarische Jaeger Le Coultre "Atmos" is hier een opvolger van (en nog steeds te koop!).

Londen
Van 1605 tot 1610 verbleef Drebbel in Londen aan het hof van James I. Hier leefde Drebbel zich helemaal uit als uitvinder, zo was hij in 1608 en 1609 bezig met het verbeteren van een magische lantaarn en een klavichord. Zijn roem begon zich over heel Europa te verspreiden en er volgde een periode van 3 jaar in Praag.

Praag
Onder de vleugels van heerser Rudolf II in Praag ging Drebbel voornamelijk verder met zijn perpetuum mobile, alchemie en het maken van goudlegeringen voor de Duitse Munt. De periode in Praag werd afgesloten met een hoop tumult en Drebbel werd zelfs gevangen genomen. Na zijn vrijlating vluchtte Drebbel terug naar Londen waar hij tot zijn overlijden in 1633 zou blijven.

Duikboot
Zijn eerste doel was het bouwen van een duikboot maar hij werkte ook aan optische instrumenten. In de periode van 1626 tot 1629 werkte Drebbel voor de Britse marine, in de eerste plaats vanwege zijn duikboot maar ook construeerde hij watermijnen.

Bier
De laatste vier jaar van zijn leven was hij brouwer en eigenaar van een ‘Inn’ onder de London Bridge. Hij gebruikte zijn vinding om onder water te kunnen gaan om mensen naar de kroeg te lokken en zijn bier te drinken.
De belangrijkste vindingen van Drebbel:

Perpetuum mobile:
Deze drijft door uitzetting van lucht bij temperatuursverandering oa een klok aan: "voor 50 of 100 jaar of tot de raderen versleten zijn". Dit is de bekendste uitvinding van Drebbel en interessant is dat het apparaat in een hele reeks schilderijen uit die periode terugkomt. Constantijn Huygens (vader van Christiaan) schrijft ook dat hij het principe van Drebbel’s perpetuum mobile begrijpt.

Ovens en fornuizen:
Drebbel heeft een fornuis gebouwd waarbij het vuur met een thermostaat geregeld werd.

Automatische muziekinstrumenten

Hydraulische vindingen:
in 1598 kreeg Drebbel patent op een constructie die gelijk was aan onze huidige waterleiding, een buizensysteem dat vanaf verschillende dieptes zoet water naar wens naar boven kon pompen. Ook over deze uitvinding was Constantijn Huygens bijzonder lovend.

Telescopen en microscopen:
veel mensen hebben de eerste microscoop toegeschreven aan Drebbel. Hij deed veel aan de promotie van het instrument zodat Galilei hem ook kende. Ook Christiaan Huygens sprak met lof over de microscoop van Drebbel. Hij was een briljant glasblazer.

Duikboot en zuurstof:
In 1620 bouwde Drebbel een duikboot voor de Engelse koning. De boot had 24 mensen aan boord, 8 daarvan roeiers, voer enkele mijlen onder water door de Thames, kon van diepte veranderen, bleef op koers met een kompas en kon 24 uur onder water blijven met voldoende zuurstof. Drebbel had een studie gemaakt van het maken van zuurstof. In geschriften wordt beschreven dat hij door het verwarmen van salpeter (uit buskruit) zuurstof vrijmaakte. Zuurstof werd pas officieel ontdekt in 1773!

Explosieven

Kleurstoffen:
Drebbel bedacht een methode met tin zout om stoffen te kleuren met scharlakenrood. Deze kleur was zeer krachtig en intens.

Cornelis Drebbel was een van de meest begaafde mensen uit onze vaderlandse geschiedenis is. Ieder vinding op zich is al briljant maar het feit dat ze allemaal van een man komenis nauwelijks voor te stellen. Recentelijk zijn in Alkmaar de restanten van zijn huis gevonden zodat we ook een tastbaar stukje Drebbel hebben. Voor meer informatie over deze man is DREBBEL.NET een zeer ruime bron!

De geschiedenis van de tijdwaarneming

Een overzicht van de instrumenten en mensen die door de eeuwen heen een belangrijke rol hebben gespeeld bij het fenomeen tijd

Over de hele geschiedenis van de mensheid is het verlangen om tijd te kunnen meten relatief nieuw. Men schat dat dit fenomeen 5000 tot 6000 jaar oud is en dat het waarschijnlijk gestart is in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

WAT IS EEN KLOK?
Een klok wordt gedefinieerd als een object met de volgende twee kenmerken:

1. Een constant of repetitief proces dat in staat is gelijke toenames in de tijd te markeren. Vroege voorbeelden van dergelijke processen zijn o.a. de beweging van de zon, kaarsen gemarkeerd in gelijke delen, olielampen met gemarkeerde reservoirs, zandlopers en, in het Verre Oosten, kleine stenen of metalen netwerkjes gevuld met wierook dat met een bepaalde snelheid brandde.

2. Een methode om de toenames in de tijd niet alleen te meten maar ook te kunnen weergeven.

HOE WERKTEN KLOKKEN TOEN?
Tot aan de Middeleeuwen, toen in Europa de eerste mechanische klokken gebouwd werden, waren de drie belangrijkste methodes om de tijd te meten de zon, de sterren en apparaten die met water werkten. Een kort overzicht van deze drie methodes:

1. ZON: Algemeen wordt aangenomen dat de Egyptenaren de eerste cultuur waren die de tijdwaarneming serieus namen. Vanaf ongeveer 3500 B.C. bouwden de Egyptenaren obelisken, vierzijdige zuilen, die ze op strategische plekken neerzetten om schaduwen van de zon te krijgen. Later werden er aan de voet van de obelisk markeringen aangebracht om de tijd vaker te kunnen aflezen. Rond 1500 B.C. ontwikkelden de Egyptenaren een nauwkeuriger object om de tijd te meten, de ‘schaduw klok’ of zonnewijzer. De zonnewijzer was verdeeld in tien delen en moest om 12 uur ’s middags 180 graden gedraaid worden om de middaguren aan te geven.

2. STERREN: De volgende stap in het nauwkeurig meten van de tijd werd rond 600 B.C. gezet door de Egyptenaren met de uitvinding van de ‘merkhet’, het oudste astronomische werktuig ter wereld. De merkhet (‘instrument of knowing’) is gemaakt van een staaf met een houten handvat waar aan het uiteinde een koord met een gewicht is vastgemaakt waarmee accuraat een verticale lijn (‘verticale waterpas’) gemeten kan worden. Een paar merkhets werden gebruikt om de Noord-Zuidlijn vast te leggen door ze op te lijnen met de Poolster. Hierdoor werden ook de posities van andere sterren bepaald waardoor de tijdmeting ’s nachts door kon gaan (10 sterren voor de tien uren van van de nacht, 1 uur voor zonsopgang, 1 uur voor zonsondergang, 12 uren voor de dag waardoor er een cyclus van 24 uur bestond).

3. WATER: Clepsydras (Grieks voor ‘water dief’) of water klokken waren de eerste instrumenten voor het meten van de tijd die geen gebruik maakten van de zon of de sterren. In de tombe van de Egyptische koning Amenhotep I, begraven rond 1500 BC, is een van de oudste clepsydras gevonden.

De Grieken begonnen rond 325 BC gebruik te maken van water klokken waarbij water constant druppelde door een nauwe opening en werd opgevangen in een reservoir. In het reservoir dreef een voorwerp met een wijzer waardoor de uren werden aangegeven. Deze contrapties konden de tijd niet nauwkeuriger aangeven dan een redelijk grote fractie van een uur.

Tussen 100 BC en 500 AD onderging de water klok een indrukwekkende ontwikkeling door Griekse en Romeinse horlogemakers en astronomen. De verregaande mechanisatie verhoogde de nauwkeurigheid door het reguleren van de druk en daarbij ontstonden allerlei toevoegingen aan de klok zoals het slaan van bellen, opengaande deurtjes die kleine figuurtjes toonden en astrologische modellen van het universum.

In het Verre Oosten is een van de bekendste water klokken deze van Su Song die rond 1088 AD gebouwd is. Het mechanisme van Song bevatte een water-gedreven echappement dat rond 725 AD uitgevonden was. Song’s toren was 30 feet hoog en een technisch hoogstandje van ongekende klasse. Zo bevatte het een bronzen aandrijving van een ‘armillary sphere’ en een roterende hemelse globe.

Voor het complete overzicht van de geschiedenis van de tijdwaarneming zijn de volgende drie links interessant om te lezen.

Main Time History

History of Time Keeping Devices

Time-for-Time: History

Johannes Calvijn (1509-1564)

Het calvinisme als aanjager van de horloge industrie

JOHANNES CALVIJN:

Johannes Calvijn werd op 10 juli 1509 geboren als vierde van zes kinderen van Gerard Cauvin en Jeanne Lefranc. Calvijn was een belangrijke Frans-Zwitserse christelijke theoloog tijdens de Reformatie en is de naamgever van een protestants-christelijke stroming, het calvinisme. Nadat Calvijn eerder in Geneve was geweest, hij werd toen na een geschil met het bestuur van Geneve uit de stad verdreven, keerde hij in 1540 terug. Samen met zijn collega Pierre Viret startte Calvijn direct na zijn terugkomst met het opstellen van een nieuwe kerkorde. Een van de gevolgen van het calvinisme was dat uiterlijke frivoliteiten verboden werden. Voor juweliers en goudsmeden zat er maar een ding op: horlogemaker worden. Horloges waren wel toegestaan omdat deze een duidelijke functie hadden. Er waren nogal wat mensen die in de zomer het land bewerkten en gedurende de winter horloges of onderdelen hiervoor maakten. De strenge leer van Calvijn heeft er derhalve in belangrijke mate aan bijgedragen dat de Zwitserse horloge industrie in de 16e eeuw indrukwekkend van de grond is gekomen. Op 27 mei 1564 overleed Calvijn in Genève.

Voltaire (1694-1778)

Voltaire als hoofdrolspeler in de 'watchmaker's war'

VOLTAIRE:

Wie denkt aan moeilijke tijden voor de Zwitserse horloge industrie zal zich zeer waarschijnlijk de roerige jaren 80 van de vorige eeuw voor de geest halen. Japanse merken als Casio, Citizen en Seiko overspoelden de horlogemarkt met hun digitale horloges. Deze waren veel accurater dan de mechanische uurwerken uit Zwitserland, hadden allerlei nieuwe functies (bv een rekenmachine) en waren veel goedkoper.

Echter, eind 18e eeuw heeft zich een ware oorlog, de ‘watchmakers’war’, afgespeeld tussen de horlogemakers in Genève en het horloge imperium van de Franse filosoof Voltaire (1694-1778) op zijn domein in Ferney in Frankrijk. Voltaire was naar Genève gekomen in de voetsporen van de bekende Dr. Theodore Tronchin (1709-1781) en woonde van 1755 tot 1760 in de stad in zijn huis ‘Les Delices’. Voltaire bouwde een goede band op met de ‘cabinotiers’, de onafhankelijke horlogemakers die, net als hij, erg geïnteresseerd waren in de zaken die speelden en het debatteren hierover. Voltaire nam actief deel aan het conflict dat in Genève speelde tussen de burgers en de ‘natifs’, een benadeelde groep mensen die van origine echte Geneefse inwoners waren. Voltaire moedigde hen aan om in opstand te komen en ontving ook hun leiders. Als gevolg hiervan bekoelde de relatie tussen Voltaire en Genève en in 1758 kocht Voltaire een landgoed in Ferney (F). Toen hij daar eenmaal volledig naar toe verhuisd was bood hij onderdak aan de Geneefse ‘natifs’ en legde hij boom- en wijngaarden aan op het braak liggende land. Voltaire ontwikkelde zich steeds meer als een industrieel met investeringen in een leerlooierij, een tegeloven, een pottenbakkerij en fabrieken die zijden kousen, kant en keramiek produceerden. Spoedig volgden ook de uit de gratie gevallen horlogemakers die in een oude schuur op Ferney aan de slag gingen op de daar geplaatste werkbanken.

De hoogtijdagen van de Ferney “royal” (deze titel heeft ze nooit officieel gekregen) horlogefabriek waren in de periode van 1770 tot 1778. De eerste horloges waren klaar in april 1770 en uit verschillende brieven blijkt dat tussen ’70 en ’76 het aantal werkenden gegroeid was van 40 naar 1.200.
Hoewel de horlogeproductie in Ferney vanaf 1776 een aflopende zaak was heeft Voltaire een zeer belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis der uurwerken. Voltaire overleed in mei 1778 in Parijs.

Een bekend literair werk van Voltaire is bv "Candide" waarin oa de Engelsen, de Fransen, de politiek, en godsdienst flink op de hak worden genomen.

De Haagse woning van wetenschapper Christiaan Huygens (1629 – 1695)

De geniale Nederlandse wetenschapper Christiaan Huygens (14 april 1629 – 8 juli 1695) woonde in Den Haag in een prachtig pand, het Huygenshuis, dat helaas in 1876 tegen de vlakte is gegaan voor de bouw van een nieuw ministerie. Deze sloop is illustratief geweest voor onze omgang met Huygens.
Over het geheel genomen is Nederland veel te bescheiden geweest over de genialiteit van Christiaan Huygens. Huygens is ondermeer de uitvinder van de pendulum klok en de balansveer, twee ontdekkingen die een cruciale rol hebben gespeeld bij de (r)evoluties van het uurwerk. Jarenlang verschenen er alleen maar boeken over hem die door buitenlandse auteurs waren geschreven. Op 6 oktober 1997 ging de ruimtesonde Cassini de ruimte in met aan boord de Europese ruimtecapsule Huygens, een naam die de Amerikanen er aan gegeven hadden, om deze in 2004 neer te laten op de Saturnusmaan Titan. Dit project heeft nauwelijks aandacht gekregen in de vaderlandse pers.

Hoewel het niet meer op exact dezelfde plaats kan, het in 1876 verrezen ministerie is een rijksmonument, zijn er nog steeds plannen om het Huygenshuis 100m verder op het Plein te laten herrijzen, alle bouwtekeningen liggen panklaar voor dit mooie initiatief.